Alfa Romeo GTV 3.0 V6 24V, nu bijna gratis

In de jaren zestig van de vorige eeuw introduceerde Alfa Romeo de Gran Turismo Veloce, oftwel de GTV. Het concept was simpel: Bertone’s Giorgetto Giugiaro kreeg de opdracht een kleine en relatief goedkope coupé te tekenen waarmee een grote markt kon worden bediend. Hoewel het ontwerp nu zo’n beetje synoniem is geworden voor de klassieke Alfa, waren de compacte lijnen en de rechte grill met geïntegreerde koplampen in 1963 verre van gewoon. Gezien het succes van de lichte en snelle coupé gokte Alfa Romeo begin jaren negentig op eenzelfde concept: een opvallend getekende auto – ditmaal uit het potlood van Pininfarina – met de eigenschappen van een sportauto.

Je vindt hem prachtig of lelijk

De Alfa Romeo GTV, typenaam 916 (in productie van 1993-2004), had een futuristisch getekende lijn die de autopers van de jaren negentig enorm aansprak. Voorop in de lofzang ging de toen nog niet zo bekende Top Gear-presentator Jeremy Clarkson, die onlangs tijdens een interview toegaf dat de auto die hij het meeste miste zijn GTV V6 was. De GTV was zowel hoekig (kont) als vloeiend (neus) en uitgerust met een oplopende lijn op de flank, die de auto en profile als het ware in tweeën splitste. Een uitgesproken auto waarvoor geen middenweg bestond: je vond hem prachtig of je vond hem lelijk.

Misschien wel de beste V6 ooit

Hoewel algemeen wordt beweerd dat de GTV wat rij-eigenschappen betreft het best tot z’n recht komt met de 2-liter T-spark onder kap, is het de 3.0 V6 die het meest tot de verbeelding spreekt. Of eigenlijk tot de oren. De roffel van de drie liter Busso wordt algemeen beschouwd als een van de fraaiste soundtracks van een V6 ooit. Maar ook wat prestaties betreft is de GTV V6 een sensatie om mee te rijden. Voor een sprint van 0 tot 100 km/h heeft de V6 coupé minder dan 8 seconden nodig en de topsnelheid bedraagt ruim 240 km/h. Probeer in Nederland maar eens een stuk snelweg te vinden waar je dat haalt.
Met een aftermarket uitlaat klinkt de symfonie nog voller.

Met een aftermarket uitlaat klinkt de symfonie nog voller.

Voorwielaandrijving

De ware Alfisti hadden overigens ook wel wat aan te merken op de 916. Het grootste kritiekpunt betrof de voorwielaandrijving; tot en met 1986 hebben GTV’s altijd achterwielaandrijving gehad, wat ze in rally- en racekringen mateloos populair maakte. Ik vermoed dat dit een van de redenen is dat de GTV nooit het verkoopsucces is geworden waar Alfa Romeo (Fiat) op had gehoopt. Een ander praktisch bezwaar was de geringe (bagage)ruimte: de GTV mag dan vier zitplaatsen hebben; maar in de praktijk is het een two seater.

Duur in onderhoud

Zou ik overwegen er één aan te schaffen? Mogelijk. De afgelopen jaren is de waarde van deze mini-Ferrari gedaald tot ver onder de 10.000 euro. Met een mille of vier krijg je een exemplaar in handen dat er optisch smetteloos uitziet. Prachtig Alfa-interieur om je vingers bij af te likken. Maar wat me vooralsnog tegenhoudt zijn de kosten die je moet maken om de motor te onderhouden. Dat zit zo: bij een GTV V6 3.0 moet je de distributieriem eigenlijk iedere 60.000 km of drie jaar vervangen. En Alfa-onderdelen zijn duur, heb ik me laten vertellen. Ga je op zoek naar zo’n Italiaans bommetje op wielen, informeer dan altijd naar de onderhoudshistorie; omdat GTV’s zo duur zijn in onderhoud en de waarde al jaren laag is, wordt er regelmatig bespaard op noodzakelijk onderhoud. Kortom, koop je GTV V6 van een liefhebber, die je precies kan vertellen wat er aan de auto is gedaan; die zijn er genoeg. Maar je kunt natuurlijk ook nog even doorsparen voor de opvolger van de GTV: de Brera. Ik verwacht dat die op basis van z’n verbluffende design meer kans maakt op het predicaat ‘klassieker van de toekomst’, al heeft de Brera – vooral door z’n hoge gewicht – nooit de sportieve prestaties van de GTV kunnen evenaren.
Dichter bij een Ferrari kom je waarschijnlijk niet.

Dichter bij een Ferrari kom je waarschijnlijk niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Protected by WP Anti Spam