Hype(r)car…

Het einde van een tijdperk is meermalen aangekondigd. Zeker als het gaat om supersportwagens dan wel de zogeheten hypercars. Denk: Bugatti Veyron, Pagani Zonda, Ferrari Enzo en met name natuurlijk het recente supertrio (inmiddels bekend als de ‘holy trinity’ of supercars), bestaand uit de LaFerrari (het blijft een rare naam…), de McLaren P1 en de Porsche 918 Spyder. Dergelijke auto’s worden altijd ‘gegund’ aan bepaalde klanten, waarbij het bekende principe ‘in principe is iedereen gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen’ opgeld doet. Dit is bijvoorbeeld zelfs al van toepassing op een niet bepaald extreem duur te noemen auto als de Porsche 911 GT3 RS, maar er zijn altijd weer mensen die dankzij hun ‘netwerk’ de hand weten te leggen op gelimiteerde auto’s met winstperspectief, om ze vervolgens nog vóór aflevering door te verkopen. LaFerrari’s, P1’s en 918’s doen nu al zo’n 50 procent meer dan de ‘listprice’. Feit is dat de hypercars van nu - uitgezonderd de nieuwe, bijna 1500 pk sterke Bugatti Chiron - alleen met hybride-techniek tot duizelingwekkende prestaties komen. Uitermate gecompliceerde en storingsgevoelige technologie, die alleen onder uitgelezen omstandigheden de beloften waar kan maken. Dat geldt vooral voor de Porsche 918 Spyder, hoewel hij met het geringste vermogen van het supertrio niet de minst snelle bleek tijdens een unieke circuittest op Portimao in Portugal. De P1 was het snelst, de LaFerrari het minst snel. Het verschil tussen de nummer 1 en de nummer 3 was een dikke twee seconden. De Ferrari bleek (zoals altijd) het grootste audiovisuele spektakelstuk. De Bugatti Chiron is net als de oude Veyron door z’n forse gewicht uiteraard volstrekt kansloos op welk circuit dan ook, maar moet ook in ‘real life’ al oppassen voor een ‘heel gewone’ Porsche 911 Turbo. De recent herziene Turbo S heeft 580 pk, een overboost-functie (750 Nm) en brengt z’n draaimoment dermate efficiënt op het asfalt over dat het standaardsprintje gegarandeerd altijd in minder dan 3 seconden wordt afgewerkt. Er is zelfs al 2,6 seconden geklokt. Een matig gelanceerde Veyron of Chiron (de launch-control is nog een heel gedoe in zo’n ding…) doet er langer over. Maar om die paar tienden gaat het niet. Alles dat in een seconde of tien de 200 km/u aantikt is serieus snel. Het gaat voor de verandering over geld. Een miljoen is een volstrekt krankzinnig bedrag voor welke auto dan ook, als je er tenminste regelmatig mee wilt rijden. Wie ertoe bereid is bij onze bloedeigen Joop Donkervoort twee ton te spenderen, krijgt een goudeerlijke hypercar, met hard- en software die we over twintig jaar ook nog kunnen repareren en die sensaties levert die zonder meer vergelijkbaar zijn met de ‘thrills’ die absurd dure hypercars bieden. Je moet alleen nog wèl een beetje kunnen autorijden om die sensaties ten volle te kunnen savoureren. Oh ja, bij Donkervoort moeten ze je een exemplaar uit hun beperkte jaarproductie óók een beetje gunnen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam