Autocultuur: Birma/Myanmar, deel I

Kruispunt in Mandalay, de tweede stad van Birma, met daarachter de buitenmuren van het koninklijk paleis van de laatste Birmaanse monarchie.

Birma – officieel heet het land sinds 1989 ‘Myanmar’ maar deze naam wordt niet wereldwijd erkend – is een bijzondere bestemming. Pas sinds 2010 stelt de voormalige Britse kolonie (onafhankelijk sinds 1948) zich langzaam steeds meer open voor toeristen; een eerste stap in een lange weg naar meer welvaart.

Met een gemiddeld jaarinkomen van zo’n 1.400 euro (2014) behoort Birma, het grootste land van Zuidoost-Azië, tot de armste landen ter wereld. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik bij aankomst in de voormalige hoofdstad Yangon een jong wagenpark aantrof. Dat bestaat voor het merendeel uit in opvallend goede staat verkerende Toyota’s, Nissans, Mitsubishi’s, Honda’s en Mazda’s. Het zijn bijna allemaal tweedehands auto’s die sinds het wegvallen van enkele economische sancties in 2011 voornamelijk uit Japan worden geïmporteerd. Nog maar enkele jaren geleden waren auto’s in Birma een zeldzaamheid. Naast de overgrote vertegenwoordiging uit het land van de rijzende zon, is er een behoorlijk aantal Koreanen in de vorm van Kia’s en Hyundai’s. Europese merken zoals Mercedes en Land Rover zijn in Birma net zo zeldzaam als bij ons de Amerikaanse.

Maximaal laadvermogen? Pick-ups van Toyota, Mazda, Isuzu en Nissan worden beladen tot ze nét niet door hun assen zakken.

Maximaal laadvermogen? Pick-ups van Toyota, Mazda, Isuzu en Nissan worden beladen tot ze nét niet door hun hoeven zakken.

Poetsdoek

Het is leuk om te zien hoe de autobezitters hun nieuwe verworvenheid koesteren. Hoewel de infrastructuur op zijn zachtst gezegd erg middelmatig is (zand, stof, gaten in de weg, buiten de stad veel onverhard wegdek), rijden vrijwel alle auto’s erbij alsof ze net uit de showroom komen. Gedurende mijn bijna vier weken lange verblijf merk ik dat een poetsdoek tot het standaardaccessoire van bestuurders behoort. Ze pakken iedere vrije minuut aan om vuil minutieus te verwijderen. Zo had de enige Mercedes 300E W124 – toch minimaal 20 jaar oud – die ik heb gezien, bij ons zo kunnen doorrijden naar een clubmeeting om er met de ‘glimtrofee’ vandoor te gaan.

Stuur rechts en rechts rijden

De import van Japanse auto’s heeft voor de veiligheid op de weg verstrekkende gevolgen. Net als in Engeland zit het stuur rechts, maar in Birma rijdt men ook nog eens rechts. De junta (de militaire machthebbers van Birma) heeft in 1970 van de ene op de andere dag besloten het uit de koloniale tijd stammende links rijden te veranderen. Over deze omslag doen twee theorieën de ronde. De ene betoogt dat het regime met deze actie afstand wilde nemen van een overblijfsel uit het koloniale tijdperk. De ander verhaalt dat de toenmalige, paranoïde en zeer bijgelovige dictator, generaal Ne Win, door zijn vrouw kreeg ingefluisterd dat het land volgens haar astroloog rechtsrijdend beter af zou zijn.

Personenvervoer op z'n Birmees. Je wilt niet denken wat er gebeurt als deze vrachtwagen een klapper maakt. Ook gezien: mensen in ontspannen kleermakerszit op het dak van bussen en vrachtwagens.

Personenvervoer op z’n Birmees. Je wilt niet denken aan wat er gebeurt als deze vrachtwagen een klapper maakt. Ook gezien: mensen in ontspannen kleermakerszit op het dak van bussen en vrachtwagens.

Russische roulette, anyone?

Hoe dan ook, de boel werd omgegooid, maar de auto’s waren ingericht op links rijden – net als de Japanse import van tegenwoordig. Het stuur zit dus rechts, wat de kolderieke, maar levensgevaarlijke situatie oplevert dat de chauffeur bij inhalen op de tweebaanswegen (er is slechts één snelweg) geen steek ziet. Maar denk niet dat de bevolking zich daardoor laat weerhouden. Op wegen waar de snelheid varieert van stapvoets (wandelaars en ossenkarren) tot zo’n 80 km/u is inhalen net zo normaal als afslaan. In bussen hebben ze daar iets op gevonden. Daarin rijdt altijd een soort steward mee die geld int, de passagierslijst checkt en de bagage regelt. Deze ‘co-chauffeur’ zit tijdens het rijden naast de bestuurder en kijkt uit naar eventueel tegemoetkomend verkeer. Een beetje zoals vroeger de kanarie in de kolenmijn die bij gevaar moest waarschuwen en als eerste het loodje legde als het mis ging.

Relaxed

Van de relaxte manier waarop de chauffeur vervolgens een bus vol passagiers, en niet te vergeten het overige verkeer, gevaar laat lopen, kunnen wij nog wat leren. Van die relaxte manier bedoel ik, want agressie en ergernis schitteren in Birma door afwezigheid. Al het verkeer gaat zijn eigen ontspannen gang en niemand lijkt haast te hebben. Jazeker, er wordt getoeterd, maar dat is uitsluitend een ‘let op, ik kom er aan’ in plaats van de ‘wat maak je me nou?!’ die bij ons usance is. Daarbij ontbreekt wegmarkering, worden bochten gewoon op de kortste manier genomen (dus tegen het tegemoetkomende verkeer in) en is ’s avonds onderweg zijn levensgevaarlijk doordat voetgangers, fietsers en ossenkarren dan zonder verlichting op hun dooie akkertje onderweg zijn.

Volgende week in deel II passeren Birma’s dodelijke snelweg, machtige terreinauto’s als de Mitsubishi Pajero en de Toyota Land Cruiser, en een bouwhelm als bescherming tijdens motorrijden de revue.

'Chassis cabine' is bij ons in de bedrijfswagenwereld de term voor een onderstel en een cabine, zeg maar een vrachtwagen zonder opbouw. In Birma monteren ze een generator op een stel metalen balken, lassen er van plaatstaal en golfplaten een cabine op et voila, een vrachtwagen is geboren. Maar dan wel met een maximumsnelheid van slechts 25 km/u en een oorverdovend lawaai (geen uitlaat).

‘Chassis cabine’ is bij ons in de bedrijfswagenwereld de term voor een onderstel en een cabine, zeg maar een vrachtwagen zonder opbouw. In Birma monteren ze een generator op een stel metalen balken, lassen er van plaatstaal en golfplaten een cabine op… et voilà: een vrachtwagen is geboren. Maar dan wel met een maximumsnelheid van slechts 25 km/u en een oorverdovend lawaai (geen uitlaatdemper).